De eerste productie van de C.I begon in 1918, nog in de Schwerin fabriek.
Het prototype werd aangeduid als Versuchsflugzeug V.38 (Proefvliegtuig).
De eerste C.I -verkenners arriveerden met
de beroemde treintransporten in Amsterdam-Noord, daar werd de productie voortgezet, deels met Duitse onderdelen, deels met Nederlands materiaal.
Hoofdkenmerk van de C.I is de tussen de voorwielen geplaatste brandstoftank.
De Nederlandse Luchtvaart Afdeeling der Koninklijke Landmacht (LVA) ging uiteindelijk 62 toestellen in gebruik nemen.
Dat begon met 56 C.I -toestellen van de Fokkerfabriek, eerst van de Duitse serie en later van de Amsterdam-Noord vestiging.
De LVA bouwde van een groep beschadigde C.I -verkenners zes stuks in eigen beheer.
Zo kwam het totaal bij LVA op 64 stuks, uitgerust met de BMW motor van 185 pk en later van 220 pk.
Later volgden de Oberursel van 160 pk en de Mercedes motor van 260 pk.
De LVA-registraties liepen van 485 t/m 548.
De Marine Luchtvaart dienst MLD nam er 16 in gebruik, geregistreerd F-1 t/m F-16.
Klik op een afbeelding om te vergroten
Er zijn externe links onderaan op deze pagina toegevoegd.
Fokker C.I 1918
Alle verkenningsvliegtuigen, die door Fokker gebouwd zijn, hebben de C-typeaanduiding gekregen.
Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog werd een tweepersoons verkenner uit de D.VII jager in Schwerin ontwikkeld.
Het prototype kreeg als „Versuchsmaschine" het typenummer V.38. Hoewel er een kleine serie door Fokker in Duitsland gebouwd werd, werd deze nimmer door de autoriteiten afgenomen.
De C.I, zoals de serie genoemd werd, was een van de eerste typen die op grote schaal in het begin van de twintiger jaren in Amsterdam door de N.V. Nederlandsche Vliegtuigenfabriek Fokker werd gebouwd.
Veel C.I vliegtuigen zijn door de luchtvaartafdelingen van het leger in Nederland (LVA), Denemarken (Haerens Flyverkorpset), Zwitserland (Fliegertruppe) en in Rusland in gebruik geweest.
De LVA had 56 C.I's in dienst, terwijl er nog een zestal door het LVB werden herbouwd. Deze toestellen voerden de militaire registratienummers 488 - 546. De toestellen waren hoofdzakelijk uitgerust met de 185 pk BMW IIIa watergekoelde motor.
De Marine-luchtvaartdienst MLD gebruikte twaalf C.I vliegtuigen.
Ook werd in het begin de 160 pk Oberursel rotatiemotor gebruikt. In 1929 werden de luchtgekoelde 200 pk Armstrong Siddeley „Lynx" en „Mongoose" door het Luchtvaartbedrijf (LVB) op Soesterberg ingebouwd.
Sommige C.I's werden van dikke lagedruk ballonbanden voorzien die gedurende enige tijd in zwang kwamen voor het gebruik op drassige velden met gras.
Twee C.I's werden aan Denemarken geleverd, waar nog drie stuks in de Staatsfabriek te Klovermarken werden gemaakt. (Mil.nrs. 0-51 - 0-55).
De Sovjet Unie bestelde 42 machines; het is niet onmogelijk dat meerdere toestellen in Rusland nagebouwd zijn.
Dit is het prototype van de C.I. Op de romp is de oranje bol van de oude L.V.A.(Luchtmacht) aangebracht. Dit toestel is nog in Schwerin (Duitsland) gebouwd.
In de tweede zitplaats zit hier de minister van Oorlog, Charles Ruijs de Beerenbrouck, die een demonstratie krijgt.
Er werden rond de dertig C.I verkenningstoestellen aan de L.V.A. geleverd, nog met Duitse camouflagebeschildering.
Al met al kwamen er rond de 70 C.I toestellen mee met het beroemde treintransport van Schwerin naar Amsterdam.
Aanvankelijk werden de meeste toestellen tijdelijk in een loods in de Petroleumhaven opgeslagen.
Want, in 1919 werd in de hallen in Amsterdam-Noord de ELTA (Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam ) gehouden.
Pas vanaf eind september 1919 startte Fokker de fabriek in Amsterdam-Noord.
Het C.I prototype nog als V.38, in de Duitse camouflagekleuren, maar zonder de Duitse kruizen.
In de Fokkerfabriek in Amsterdam-Noord werden rond 1919 de Duitse kruizen snel vervangen door de oranje bollen.
De foto is vermoedelijk gemaakt op het vliegveld Soesterberg, het eerste militaire vliegveld van de L.V.A. (Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht).
Het prototype van de Fokker C.I. In effen legergroen overgeschilderd, waarmee de duitse camouflage kleuren verdwenen.
Aanvankelijk nog even aangeduid als V.38 Proefvliegtuig.
De oorspronkelijke motor was een BMW van 185 pk.
Het bedrijf in Schwerin werd tot 1921 geleid door Reinhold Platz, die er startte met de eerste V.45 (Versuchsflugzeug 45), de latere Fokker F.II.
Daarna kreeg Platz de leiding in Amsterdam.
Het zelfde prototype van de andere kant.
Vermoedelijk stond er een tijd een Fokker logo op de iets donkerder plek op de romp.
Dan kan dit de C.I, zijn, die nog gevlogen heeft op de E.L.T.A. luchtvaart-tentoonstelling van 1919 in Amsterdam.
Na enige tijd werden ook andere motoren gebruikt zoals de BMW van 220 pk, de Oberursel van 160 pk of de Mercedes van 260 pk.
Een C.I verkenner met bommenrekken voor 4 bommen van ieder 12,5 kg.
De verdere bewapening bestond uit een vast Spandau machinegeweer recht voor de vlieger en een beweegbare mitrailleur voor de waarnemer.
Een stevige crash waarbij het toestel al enige tijd geleden gefixeerd is.
Een onderzoeksgroep van de L.V.A. (luchtmacht) aan het werk.
Dezelfde situatie vrij kort na hetzelfde ongeluk.
De foto dateert van rond 1921,
Eén van onze bezoekers gaf de suggestie dat de gaten in de bovenvleugel gemaakt zijn om de kabels van de rolroeren te controleren.
Defecte of vastgelopen kabels zouden dit ongeval kunnen hebben veroorzaakt.
(Dank aan Erik).
De Marine Luchtvaart Dienst kocht 16 C.I verkenners als tussenfase tussen de Spijker, de Fokker S.III de D.VII en de Van Berkel watervliegtuigen.
De C.I werd vaak ervaren als een lastiger vliegtuig dan de S.III.
De C.I’s kregen als aanduiding F-1 t/m F-16.
Voor de watervliegtuigen gingen de vliegers naar De Mok op Texel en voor de andere toestellen bleven ze op Vliegkamp De Kooij bij Den Helder.
De leveringen vonden plaats tussen 1920 en 1925. De motor werd de BMW van 185 pk, net als bij de LVA.
De levensduur liep voor de meeste kisten tot 1938. Een bijzonder lange tijd, zoals wel vaker bij de MLD.
De F.3 stortte op 21 september 1922 neer bij Vliegkamp De Kooij.
Daarbij vond de vlieger, Eerste Luitenant ter Zee J. Goedhart de dood en een dag later overleed waarnemer Officier Machinist 2de klas W. De Jong in het ziekenhuis .
Op deze foto het overblijfsel van de F-3 met daarachter twee treurende MLD-ers.
Ook de F-6 was gecrasht. Deze werd bestuurd door Johan (Joop) Maasdam.
Hij begon zijn militaire carrière in 1923 bij de MLD (eerst adelborst/zeewaarnemer en daarna officier-vlieger) en sloot die in 1958 af als majoor bij de Koninklijke Luchtmacht.
De crash was bij de Fortlaan in Numansdorp waar hij in de boomtoppen vloog, maar het er ongedeerd vanaf bracht.
De crash was op woensdag 3 juni 1925. In de officiële "Verrichtingen" lijst van Vliegkamp de Kooij staat die dag genoteerd:
‘9.52 vertrekt F 6 met off-vlieger Maasdam naar R'dam, Gilze-Rijen, S'berg, Schiphol
12.00 Bericht gekomen dat F 6 bij Numansdorp in de boomen is gevlogen; vlieger ongedeerd, toestel zwaar beschadigd.’
Tekst en foto Harold de Bock (neef van piloot Maasdam), fotobewerking Piet Prins.
MLD formatiefoto van 3 MLD toestellen rond 1922.
Het zijn de C.I verkenners F-8 en F-14 tesamen met het D.VII jachtvliegtuig de D-35.
De foto dateert van rond 1922.
Op 1 mei 1929 stortte de F-12 van MLD, gevlogen door Off. Vlieger D. Duijkers bij Breezand , zuidelijk van Den Helder neer.
De 16 C.I verkenners van MLD werden vooral ingezet na het lessen op de S.III.
De eerst geleverde C.I van de LVA (Luchtvaart Afdeeling), nog gemaakt in Duitsland als V.38 en per vrachttrein naar Amsterdam-Noord gebracht.
De Duitse camouflage kleuren zijn al verwijderd en het hele toestel is nu in legergroen gespoten.
Op de ondervleugel zijn de oranje LVA-bollen al te zien en op de romp de aanduiding 485.
Achter op de romp staat nog de Duitse manier van aanduiden FOK. BMW 185. (motoraanduiding).
Iets eerder op Vliegveld Soesterberg staat dezelfde 487 met in de voor-cockpit vlieger G.Koppen.
Half staand ziet u de Minister van Oorlog, Charles Ruijs de Beerenbrouck.
Jawel in de buitenlucht en niet bang voor een mooie proefvlucht.
Hij moet er (hopelijk) van genoten hebben.
Het begin van de C.I 480 serie van de Luchtvaart Afdeeling (LVA).
Twee weggelaten motorbeplatingen rechts van een De Havilland DH 9 en links daarvan de vrije blik op een BMW motor van 180 pk van de Fokker C.I.
Op vliegveld Soesterberg staat de 485 van LVA met een 185 pk BMW motor.
Hier nog uitgerust met de oranje bollen op de romp.
De Fokker C.I 486 van de LVA.
Na 1921 stapten de LVA , MLD en de LA-KNIL over op de rood-wit-blauw-oranje rozet.
En werden de vliegeniers voorzien van degelijker leren vliegjacks, een behoorlijke aanschaf in die tijd.
Ook de vlieghelm werd vervangen door een modernere versie.
Op Soesterberg zien we de 487 van LVA en er schuin achter de eerste C.I met radioverbinding.
Deze is uitgerust met een 180 pk BMW motor en een grote tekst op de romp: RADIO.
De 489 van de LVA (Nederlandse Luchtmacht).
Goed zichtbaar tussen de twee wielen van het landingsgestel is het lucht-afvloeistuk, vergelijkbaar met die op de D.VII en DR.I.
Het belangrijkste verschil is dat pas op deze C.I het ook daadwerkelijk een brandstoftank was.
Op de twee andere types werd het niet als tank gebruikt.
De gebruikte motor is een Armstrong-Siddeley Mongoose van 200 pk.
De 491 van de Luchtvaart Afdeeling.
De plek van de vlieger is goed zichtbaar, met daarachter de plaats van de waarnemer/boordschutter.
De gebruikte motor was een BMW van 185 pk.
Een rustig moment bij de Fokker C.I 491 van LVA in de eerste helft jaren 20.
Onder de romp hangen twee scherfbommen van vermoedelijk 25 kg.
Links is de brandstoftank tussen de voorwielen goed zichtbaar.
Naast de verkenner staan drie eerste luitenants van links naar rechts: Van Dorst , Sissingh en Van Gemeren.
De C.I en de D.VII op oefening voor de Luchtvaart Afdeeling LVA.
Met grote tent-hangaars voor de toestellen en voor verblijf en voeding van al die LVA mensen.
Wij weten niet waar de foto is genomen, wel is duidelijk dat we hier spreken over een serie oefeningen ergens tussen 1921 en 1925.
Het was geen toeval dat juist de C.I en de D.VII veel samenwerken. Van beide toestellen was de eerste bouw oorspronkelijk nog in Duitsland gebeurd.
Uiteraard werd vanaf 1919 de samenbouw en ook complete bouw in Amsterdam-Noord vervolgd.
Op de voorgrond de C.I 495 en 525 van LVA.
Daarachter de D.VII 268 en 266 van LVA. En daar weer achter links de C.I 487 ook van LVA.
De Fokker C.I 495 van de Luchtvaart Afdeeling in 1927 niet als verkenner maar nu als lestoestel.
Hier in grote problemen bij de Wetering te Lekkerkerk (Zuid Holland).
Op 10 mei 1927 onderweg van of naar Vliegveld Soesterberg of vliegveld Waalhaven.
Leerling-vliegers zijn Sgt.J.Th.Rijntjes als vlieger en Sgt.J.L.Sertons als waarnemer/boordschutter.
De vraagt blijft wie de vlieger was die op de foto wilde.
Zeker is dat we hier op het platteland zitten en dat het een beetje fris was.
Foto: Stichting Archief Midden-Holland.
De 497 van de LVA op zijn neus.
Vaak was dit het gevolg van een te lage landingssnelheid.
De 498 van LVA op een gewone oefendag op Soesterberg.
Van links naar rechts: instructeur Hommerson, leerlingvlieger Vierdag en op de grond Dijkman.
De 499 van de LVA in formatievlucht.
De Spanwijdte van de machine bedroeg 10,5 m, de lengte 7,2 m en de hoogte 2,8 m.
De LVA C.I, 500 op Vliegveld Soesterberg
Totaal gewicht 1255 kg.
De 500 van de LVA op vliegveld Soesterberg
Leeggewicht 855 kg.
Neusstand van dezelfde 500 op vliegveld Soesterberg.
Nu nog uitgerust met de grote oranje bollen op romp en vleugels.
Begin jaren twintig zou dat veranderen in de rood-wit-blauw-oranje rozet.
De Fokker C.I 506 van de LVA, de latere luchtmacht.
Opvallend is de zogenaamde zit-parachute van de vlieger.
Deze verschafte de vlieger een in ieder geval een prettig kussen.
Ook deze opname zal ergens begin twintiger jaren gemaakt zijn.
De 506 met al de mogelijke bewapening.
Hier de tweede cockpit met draaibare mitrailleur in een ring.
De vaste mitrailleur zat bevestigd boven op de neus.
Wat we hier niet zien zijn de bommenophanging onder de romp.
De 511 van de LVA.
Opstelling van de 514 508 529 en 533 voor het imposante commandantshuis in 1923
De 516 van de L.V.A. met een voor het vliegbrevet geslaagde vliegenier.
De 524 van de LVA.
De waarnemer/boordschutter hier in de rol van fotograaf.
Een zware crash van de 526 van de LVA op een terrein van de Amstel brouwerij te Amsterdam (Mauritskade).
De C.I 526 met Armstrong-Siddeley Lynx motor op een open dag op vliegveld Waalhaven in Rotterdam.
De LVA was er met meer toestellen, zoals 2 Fokker S.IV lestoestellen links van de 526.
Het zijn de 112 en 143.
Nogmaals de 526 hier voor Hangaar A op vliegveld Waalhaven in Rotterdam.
De 529 van de LVA te Soesterberg.
Dit toestel had wel al de nieuwe Armstrong-Siddeley Mongoose motor van 200 pk, maar roeren en wielen waren nog niet vervangen.
Dus dit was nog niet de C.Ia.
Dezelfde 529, vliegend.
De 529 van de LVA, nog als de oude C.I.
Op de vorige foto al met gemoderniseerde kielvlak als C.Ia.
De 530 van de LVA.
Een Fokker C.I maakte noodlanding op terrein van Landgoed Dijnselburg, 27 augustus 1929.
Klik op onderstaande knop voor het krantenartikel.
De kinderen zijn waarschijnlijk van de Chr. lagere school die niet veel verderop stond.
Uit: archief van de Historische Vereniging Den Dolder
De 533 van de LVA met een 180 pk BMW motor.
De 535 van de LVA in groot onderhoud.
Halverwege een motorwisseling.
De 538 van de LVA (Luchtvaart Afdeeling).
De 541 van de LVA, geschikt voor het blindvliegen.
Dat is vliegen, uitsluitend op de instrumenten van het vliegtuig zoals hoogtemeter, kompas, kunstmatige horizon.
De kap gaat zo dadelijk over de vlieger in opleiding.
Start van de blindvliegoefening in de 541 van de LVA
De 545 van de LVA rond 1930 op vliegveld Waalhaven (Rotterdam).
Het gebouw met de tekst “APC” is van de American Petroleum Company, later Esso genaamd.
Links van dat kleine kantoor staat de grote Hangaar “A” en verderop het hotel-café-restaurant “Waalhaven”.
De 541 van LVA hier uitgerust met een blindvlieginstallatie.
Daarvoor wordt de voorste cockpit gebruikt.
Achterin bevindt zich de instructeur.
Al deze oefeningen vonden in die tijd op vliegveld Soesterberg plaats.
Vele handen maken licht werk bij het transport van deze 545 die met een Armstrong Siddeley Lynx motor is uitgerust.
De voormalige 527 van de LVA werd in 1937 verkocht aan de heer Adriaan Dekker als PH-DEK.
Later opnieuw geregistreerd als PH-APL van Syndic Dekker Octrooien Den Haag.
Hier te zien tijdens het testen van deze zeer speciale propeller op Vliegveld Ypenburg(Den Haag).
Adriaan Dekker deed veel kennis over vleugelvormen op vanwege het bouwen van de eerste windmolens vóór de tweede wereldoorlog.
Na de capitulatie in 1940 hebben de Duitsers het toestel overgebracht naar Duitsland.
Deze foto kregen we opgestuurd van Richard van der Kuijl.
Naast de C.I staat Leendert Jan van der Kuijl, ongeveer 26 jaar oud. (links op de foto). Hij is de oudoom van Richard.
Richard: Ik geloof nooit dat hij vlieger is geweest, Waarschijnlijk waarnemer omdat hij na deze periode als olieman op de koopvaardij heeft gevaren. Dat zie ik een officier vlieger niet zo snel doen.
Hier een kijkje in de kuip van een carthografie C.I van de LVA.
Deze verkenner werd ook vrij vaak ingezet door de zakelijke markt en voor overheidsopdrachten.
Een foto gemaakt op 4 juli 1920, dus uit de oertijd van de C.I verkenner van LVA.
Uitgerust met een 180 PK BMW motor en de fameuze oranje bol.
In de voorste cockpit Ltn Willem Versteegh en in de tweede zitplaats Ltn De Kruijff Van Dorssen,
en voor de C.I met pet Ltn Copes Van Hasselt, allen pioniers bij de LVA.
Nog een foto van de C.I van LVA met de eerste RADIO installatie.
Vermoedelijk met een toestel van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek te Hilversum NSF.
Geen misverstand: het woord radio stond met koeien van letters op de romp.
De eerste order voor Fokker die via de Haagse Legatie uit Amerika kwam werd in juli 1920 geplaatst en betrof twee C.I’s.
Deze waren bestemd voor het Marine Corps om de eventuele geschiktheid te beoordelen voor buitenlandse missies.
De toestellen (met nummers 131 en 132) werden in september verscheept en kregen de registratie A5887 en A5888. Vanwege hun achtergrond kregen ze de bijnamen ‘Hans’ en ‘Fritz’.
Ook nog in september werd een derde toestel gekocht dat als A5889 in dienst kwam. Deze werd eind 1921 naar de Army Air Service overgeplaatst waar het de registratie AS 68543 kreeg met McCook Field nummer P228.
Alle C.I’s in Amerika waren half 1923 buiten gebruik gesteld.
Eén van de drie Fokker C.I’s die in 1922 door de Rode Luchtvloot werden aangeschaft als overgangstrainers.
Ten tijde van de Sovjet-Unie werd jarenlang een C.I tentoongesteld in het Moskouse museum ‘Centraal Huis voor Lucht- en Ruimtevaart’. Dat museum bestaat nog steeds, maar de C.I is verdwenen.
Totaal leveringen
Aangeleverd per trein en afgebouwd in Amsterdam-Noord: rond de 118 stuks, de rest is in Amsterdam compleet gebouwd.
LVA Nederland: 62 toestellen, in dienst vanaf 1920.
MLD Nederland: 16 toestellen F-1 t/m F-16, in dienst 1920-1938.
USA . ,US Army: 5 toestellen, US Navy 5 toestellen.
Denemarken: 8 toestellen in 1923, later omgebouwd naar 1 zitters, in dienst van 1932-1940.
De ombouw werd in Denemarken verricht. Registraties 2 t/m 6 en 051 t/m 055, met 220 pk BMW motor.
Rusland/Sovjet Unie: 3 toestellen, in dienst van 1922 t/m 1928.
Externe links
Starten en taxiën mer een Fokker C.I in het Military Aviation Museum in Virginia Beach, VA
Heeft u aanvullingen of opmerkingen over deze pagina?
Ga naar het contactformulier en stuur het ons op.
Alles is welkom! Foto's en teksten zullen we met bronvermelding plaatsen.