De Fokker F.32 (Model 12)

Anthony Fokker werd door dagbladen regelmatig bevraagd over zijn toekomstplannen. Dikwijls voorspelde hij dat er steeds grotere vliegtuigen zouden worden gebouwd. En met de F-12 (later F-32 genoemd) was het zover.

Het ontwerp borduurde voort op de Fokker traditie van een metaalbuis romp en houten vrijdragende vleugel. Alleen groter dan ooit tevoren door Fokker gebouwd. En destijds het grootste Amerikaanse vliegtuig. Met een spanwijdte van bijna 100 feet (ruim 30 meter) en geschikt voor 32 personen.

Omdat vier motoren nodig waren voor de voortstuwing werd gekozen voor twee motorgondels hangend onder de vleugel. Dus zowel met een trek- en duwschroef. En het moest het zuinigste worden per passagier/kilometer. E.V. Rickenbacker, die vanuit General Motors bij Fokker Vice President Sales was zag er een grote toekomst voor.


Universal Air Lines (de voorloper van American Airlines) en Western Air Express vlogen beide al met de F-10A’s. En bestelden ook de F-32 voordat die zelfs al was beproefd.

Op 9 september 1929 maakte het nog onbeschilderde prototype met stille trom de eerste vlucht. Toen dat een succes was, werd het toestel een paar dagen later met veel vertoon op het fabrieksvliegveld Teterboro gedemonstreerd.

Daarna werden ook demonstratievluchten elders in Amerika gehouden. Deze zorgden voor veel publiciteit.


De duwmotoren bleken zorgenkinderen door onvoldoende luchtkoeling. Maar dat was niet het enige probleem.

Op de beurs van Wall Street tekenden zich begin oktober 1929 de eerste signalen af van een recessie. Die sloeg op 24 oktober (black Thursday) om in blinde paniek. Er kondigde zich een economische malaise aan. En daarin was geen plaats voor grotere vliegtuigen.

Universal Air Lines kwam toch goed weg. In het contract met Fokker waren de gegarandeerde prestaties omschreven. Alle waren ze ruimschoots gehaald alleen de stijgsnelheid bleef iets achter. Dat gaf UAL de kans om onder de aankoop uit te komen.

Tot overmaat van ramp stortte het prototype op 27 november neer. Na de start op drie motoren vanaf Long Island begaf ook nog een andere motor het.


Fokker en haar grootaandeelhouder General Motors zaten met de brokken. Dat waren acht toestellen in aanbouw en nog materiaal voor zes ingekocht. Terwijl de markt zo groot leek dat er een aparte fabriek voor het toestel in Californië zou worden gebouwd.

Daar zouden er vier toestellen per maand worden geleverd. Maar verdere verkopen bleven uit. En WAE schroefde zijn opdracht terug.

Wel werden met veel vertoon nog twee F-32’s (msn 1203 en 1204) aan WAE geleverd. In maart 1930 vlogen ze tezamen met een gezelschap van de Fox -Fanchon & Marco filmmaatschappij naar de westkust. Daarna werden ze door WAE in gebruik gesteld op de Los Angeles-San Francisco route.


Ondertussen was Fokker aan het sleutelen om de prestatie van het type te verbeteren. Dat moest met name door het gewicht te verminderen. En er werd gemikt op de markt van vermogende bedrijven.

Hiervoor werd msn 1207gereedgemaakt, voorzien van alle luxe. Maar ook dat toestel werd niet verkocht.

De beproeving door het Army Air Corps van het tweede prototype (msn 1202) als YC-20 leidde evenmin tot een opdracht.

Wel vloog msn 1206 nog mee voor een ‘service test’ tijdens de Air Corps oefeningen eind mei 1930. Uiteraard op kosten van de fabriek.


Msn 1205 werd ook nog afgebouwd. Deze werd nog ingezet voor de ontvangst van de ‘Southern Cross’ bemanning toen die bij de wereldvlucht in New York aankwam. Maar alle niet verkochte toestellen werden uiteindelijk gesloopt.

 

Klik op de foto om de foto te vergroten