Fokker model (19?), H-54, XFA-1
Opnieuw was dit een militair vliegtuig, deze keer voor de US Navy.
Die vroeg begin 1930 aanbiedingen voor een tweedekker jachtvliegtuig. Deze moest gaan opereren vanaf vliegdekschepen.
Bij Fokker ontwierp Thomas H. Huff in de Passiac fabriek de H-54.
De metalen romp hiervan bouwde voort op het model 11, de H-51. En als motor werd de Wright R-975A (J-6) van 400 hp voorgesteld.
Voor Fokker in Amerika was het de eerste tweedekker na 6 jaar.
In april 1930 werd het ontwerp al aangeboden aan de Navy. Maar die kwam pas een maand later met de strikte specificaties waaraan het moest voldoen: BuAer design proposal 96. Hierbij werd als motor de P&W R-985 (Wasp Jr) voorgeschreven.
Al op 30 juni 1930 werden een Curtiss XF9C-1 (A8731) en de XFA-1 (A8732) besteld. De bestaande Berliner-Joyce XFJ-2 viel af. Ondertussen deed Fokker een poging ook het Air Corps te interesseren voor het ontwerp. Het werd onder de aanduiding XP905 in een beoordeling betrokken. Deze aanduiding was eerder gebruikt voor een project van een Fokker laagdekker jachtvliegtuig. En Fokker bood zelfs aan op eigen risico een prototype te bouwen. Desondanks werden de contacten hierover door het Air Corps beëindigd.
Volgens de weekrapporten die de Navy voorschreef verliep de voortgang traag. De opleverdatum van 10 mei 1931 werd telkens verschoven. Ook wijzigingen in het ontwerp droegen daartoe bij.
Eind oktober 1931 werd het toestel voor 95% gereed gemeld. Maar dat was begin november pas 98% geworden. Wel werd het toen al ‘als gereed’ gefotografeerd.
Net in die periode vonden in het bedrijf grote veranderingen plaats. De naam veranderde in General Aviation Manufacturing Corporation. En de fabriek verhuisde naar Dundalk in de staat Maryland.
GAMC wilde nog een aantal aanpassingen doorvoeren en vroeg opnieuw om uitstel van de levering.
Tot overmaat van ramp liep het toestel tijdens het testen een neusstandje op. Pas op 5 maart 1932 kon de Navy het toestel gaan testen.
De langs-stabiliteit bleek onvoldoende en op 23 mei ging het toestel terug naar de fabriek. Het ging daarna nog een paar keer heen en weer naar Anacostia, de testbasis van de Navy. Daar werd het in 43 vluchten van in totaal 21 uur en 35 minuten getest.
Maar de prestaties bleven uiteindelijk onbevredigend. Op 27 september 1932 werd het door de Navy afgenomen. Met een boete voor de late levering.
Maar na 51 vlieguren en 35 minuten werd het toestel voor statische testen bestemd.
De Curtiss XF9C bracht het er niet veel beter af. Van de F9C-2 werden nog wel zes productietoestellen gebouwd.
Die kregen buitensporige publiciteit doordat ze onder de luchtschepen Akron en Macon konden aanhaken. Maar de latere veronderstelling dat BuA proposal 96 hiervoor bedoeld was is onjuist.
Dus ook de XFA-1 werd daar niet voor gebouwd.
Klik op de foto om de foto te vergroten






















