De Fokker Model 16, O-27, B-8

Begin 1929 zette het US Air Corps gedachten op papier over een nieuw type verkenningsvliegtuig. Voor het eerst moest dat een tweemotorig vliegtuig worden. En geschikt voor langeafstandverkenningen en fotomissies boven moeilijk terrein en water.

Daarbij waren dan drie bemanningsleden voorzien. Op 13 maart ging de aanvraag hiervoor uit naar een aantal fabrikanten.

De aanbieder mocht de keuze van de motoren voorstellen.


Bij Fokker werd met grote spoed gewerkt aan een voorstel. Dat werd een schouderdekker met houten vleugel en een staalbuis romp met doek bekleed. De motoren waren in de vleugel ingebouwd.

Op 22 april werd het ontwerp ingezonden en voorgesteld werd om het toestel met P&W Wasp motoren uit te rusten. Verder was als bijzonderheid een intrekbaar onderstel voorzien. Een keuze tussen een open of gesloten cockpit werd nog niet gemaakt.

Het ontwerp werd goed ontvangen bij het Air Corps. Dit mede door de stroomlijn van het ontwerp.

Maar op hun verzoek werkte Fokker ook nog een ontwerp uit met Curtiss V-1157 motoren. Voor deze laatste aanpassing ontving Fokker in juni 1929 een opdracht voor twee prototypes. Deze werden als XO-27 aangeduid (AC29-327/328).


Douglas was niet blij dat de order voor een verkenner naar Fokker ging. Dat was een type waar Douglas reeds lang de leidende aanbieder voor was. Met de nodige lobbyactiviteiten kreeg Douglas maart 1930 ook een opdracht voor twee tweemotorige toestellen. Dit waren de XO-35 en XO-36.

Maar aan de hand van de verwachte prestaties wijzigde het Air Corps de opdrachten. De tweede prototypes werden lichte bommenwerpers. Voor Douglas de XB-7 en voor Fokker als XB-8.


De XO-27 was eind augustus 1930 gereed maar kampte met een overgewicht. Hiervoor werd een gewichtsbesparing voorstel ingediend. Desondanks werd de beproeving door het Air Corps gestart. Dit leidde tot enkele wijzigingen waaronder een dichte cockpit, G1V-1570-29 motoren en een vergroot richtingstoer. De aanduiding werd toen XO-27A.

De beoordeling leidde ertoe dat het Air Corps ingrijpende wijzigingen wilde. De XB-8 kwam gereed in december 1930 maar moest door motorstoring op weg naar Bolling Field een noodlanding maken. Na herstel in de fabriek ging het in maart 1931 naar Wright Field om te worden getest.

De beide prototypes werden met maar weinig vlieguren eind 1932 buiten gebruik gesteld.


Na het gereedkomen van de XO-27 werden al direct onderhandelingen over een pre-productie gestart. Daarbij werden grote veranderingen aan het type doorgevoerd. Daarvoor werden ook mock ups gebruikt.

Dat leidde ertoe dat op 30 maart 1931 drie O-27’s en drie YB-8’s werden besteld (AC31-587/592).

Kort erna volgde nog een order voor twee Y1O-27’s en vier Y1B-8 (AC31-598/603).

Ook Douglas ontving een productieorder voor vijf Y1O-35’s en zeven Y1B-7’s. Al spoedig werd de opdracht aan Fokker voor de B-8’s omgezet naar O-27’s. Daardoor werden dit 12 toestellen.


In augustus 1931 vond de naamswijziging van Fokker in General Aviation Manufacturing Corporation plaats.

Rond dezelfde tijd gaf het Air Corps aan dat de order mogelijk geannuleerd zou worden. Met name was het vertrouwen in de houten vleugel aangetast door de Rockne crash. Uiteindelijk ging de opdracht toch door.

Omdat de fabriek een paar maanden later verhuisde van Hasbrouck Heights, NJ naar Dundalk, MD vond daar de productie plaats. Pogingen om de productie van een verbeterd ontwerp na september 1932 nog te vervolgen strandde echter.

Zoals gebruikelijk hadden de toestellen een msn dat begon met het modelnummer. Alleen 1604 ontbreekt daarin, mogelijk omdat die romp na de nodige veranderingen werd afgekeurd.


In januari 1934 werd de aanduiding van alle YO-27’s en Y1O-27 gewijzigd in O-27. De meeste toestellen waren nadien eind 1934 al buiten gebruik gesteld. Twee bleven er nog vliegen tot eind 1936. De operationele inzet werd gekenmerkt door ongelukjes waarbij vergeten was het landingsgestel bij de landing uit te klappen.

Maar ook gaf het landingsgestel veel kleine problemen. Dit leidde tot het regelmatig aan de grond houden van de toestellen.

Mede daardoor was het aantal vlieguren dat ze maakten beperkt.


Klik op de foto om deze te vergroten.


Het bijzondere landingsgestel

Dit model het eerste was waar Fokker een intrekbaar onderstel voor maakte. Daarom wordt daar aan het einde van de fotogalerij extra aandacht aan besteed.

De eerst gekozen oplossing hiervan werd geen succes. Na de prototypes werd voor de productie een heel nieuw soort onderstel ontworpen.

Maar ook dat bleek in de praktijk niet vlekkeloos te werken.